bedekt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dekt

Werkwoord

vervoeging van
bedekken

bedekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
    Jij bedekt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedekken
    Hij bedekt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bedekken
    Bedekt!
  4. voltooid deelwoord van bedekken