geloof
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: geloof (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /χəˈlof/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ɣəˈlof/
Woordafbreking
- ge·loof
Zelfstandig naamwoord
geloof o
- godsdienst
- Welk geloof hang jij aan?
- de overtuiging dat iets zo is.
- Ik volg het geloof dat je zelf grote invloed kunt uitoefenen op het leven.
Synoniemen
Vertalingen
1. godsdienst
Werkwoord
| vervoeging van |
| geloven |
geloof