godsdienst

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gods·dienst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord godsdienst godsdiensten
verkleinwoord godsdienstje godsdienstjes

Zelfstandig naamwoord

godsdienst m

  1. een geloof en alle daar bij horende rituelen en doctrines
    Een christen is iemand die de christelijke godsdienst aanhangt.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen