godheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- god·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | godheid | godheden |
| verkleinwoord | godheidje | godheidjes |
Zelfstandig naamwoord
godheid v
- een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid.
- een expert op een bepaald gebied.
- Hij is een godheid op het gebied van hogere wiskunde.
Synoniemen
- [1] god
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid