godheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • god·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van god met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord godheid godheden
verkleinwoord godheidje godheidjes

Zelfstandig naamwoord

godheid v

  1. (religie) een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
    Een afbeelding van een godheid.
  2. (figuurlijk) een expert op een bepaald gebied
    Hij is een godheid op het gebied van hogere wiskunde.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie