afgod

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·god
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van god met het voorvoegsel af- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord afgod afgoden
verkleinwoord afgodje afgodjes

Zelfstandig naamwoord

afgod m

  1. een andere god dan de ene God, ('valse' god)
    Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.[2]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Eerste gebod van de tien geboden volgens de katholieke indeling.