bestuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stuur
enkelvoud meervoud
naamwoord bestuur besturen
verkleinwoord bestuurtje bestuurtjes

Zelfstandig naamwoord

bestuur o

  1. (bedrijfskunde) de leiding van een organisatie, de verzameling managers
    Het bestuur van onze vereniging komt maandelijks bijeen om te vergaderen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
besturen

bestuur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
    Ik bestuur.
  2. gebiedende wijs van besturen
    Bestuur!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
    Bestuur je?

Meer informatie