bestuur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·stuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bestuur | besturen |
| verkleinwoord | bestuurtje | bestuurtjes |
Zelfstandig naamwoord
bestuur o
- (bedrijfskunde) de leiding van een organisatie, de verzameling managers
- Het bestuur van onze vereniging komt maandelijks bijeen om te vergaderen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. de leiding van een organisatie, de verzameling managers
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| besturen |
bestuur
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
- Ik bestuur.
- gebiedende wijs van besturen
- Bestuur!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van besturen
- Bestuur je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.