burgemeester

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bur·ge·mees·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord burgemeester burgemeesters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

burgemeester m

  1. hoofd van het gemeentebestuur
  2. het bord onder de spil van een molen
  3. de naam van een tweetal meeuwensoorten:
    de grote burgemeester
    de kleine burgemeester
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl