staat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staat
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord staat staten
verkleinwoord staatje staatjes

Zelfstandig naamwoord

[A] staat m [2]

  1. binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hoge mate soevereine organisatie die gezag uitoefent over de op dat grondgebied wonende bevolking
    De Verenigde Staten zijn de machtigste staat ter wereld.
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord staat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[B] staat m

  1. een toestand, gesteldheid
    De staat van dienst van premier Van Rompuy is onberispelijk.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de staat opmaken
  • de staat van dienst
  • in goede staat verkeren
  • in goede staat zijn
  • in goede staat verkeren
  • in staat stellen
  • in staat van
  • in staat zijn
  • in verregaande staat van ontbinding


enkelvoud meervoud
naamwoord staat staten
verkleinwoord staatje staatjes

Zelfstandig naamwoord

[C] staat m

  1. overzicht of lijst van iets, vooral van bedragen, baten en lasten
Synoniemen
Hyponiemen


Werkwoord

staat

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staan
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van staan
    Het stoplicht staat op rood.
  3. verouderde gebiedende wijs van staan
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: De deur staat op een kiertje.
  • [2]: De telefoon staat roodgloeiend.
  • [2]: Iets staat hoog in het vaandel.
Vertalingen