parochie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ro·chie
enkelvoud meervoud
naamwoord parochie parochies
verkleinwoord parochietje parochietjes

Zelfstandig naamwoord

parochie

  1. (religie) gemeenschap van gelovigen in de katholieke kerk die bij één kerkgebouw hoort
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen