geit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- geit
Woordherkomst en -opbouw
- Van de Proto-Indo-Europees wortel *gʰaido-> via Germaans *gaitaz> Gotisch gaits, Duits: Geiss, ON geit, Angelsaksisch gāt> Engels: goat, vgl: Latijn: haedus,
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | geit | geiten |
| verkleinwoord | geitje | geitjes |
Zelfstandig naamwoord
geit v
- (dierkunde) een evenhoevig zoogdier, Capra aegagrus hircus.
- Zij hebben een geit geadopteerd.
- (scheldwoord) een scheldwoord voor een vrouw.
- Wat is dat een stomme geit, zeg!
- een benaming voor een grappig eigenaardig persoon.
- Hij is toch zo'n geit, je blijft lachen met hem.
Verwante begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.

