gat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Lettergrepen
- gat
Zelfstandig naamwoord
| 5 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | gat | gatten |
| verkleinwoord | gatje | gatjes |
| 1-4 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | gat | gaten |
| verkleinwoord | gaatje | gaatjes |
gat o;
- opening
- een gat in de muur boren
- overdrachtelijk: een tekort of ontbrekend deel
- een gat in de begroting
- er zitten gaten in zijn verhaal
- (meervoud) gaten: ogen
- in de gaten houden
- in de gaten lopen
- (verkleinwoord) gaatje: een geval van tandwolf
- de tandarts zei dat ik geen gaatjes had
- (dim gatje) achterste
- op z'n gatje zitten.
Vertalingen
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
Occitaans
Uitspraak
- IPA: /'gat/
Lettergrepen
- gat
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| gat | gats |
Zelfstandig naamwoord
gat m

