bok
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bok
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bok | bokken |
| verkleinwoord | bokje | bokjes |
Zelfstandig naamwoord
bok m
- (dierkunde) een mannelijke geit.
- een toestel bij het turnen.
- een mennerszitplaats bij een rijtuig.
- een zware hijskraan.
- een ondersteuning waarop zware toestellen kunnen geplaatst worden.
Vertalingen
1. een mannelijke geit
Tussenwerpsel
bok
- een uitroep aan het eind van een zin als iemand met z'n mond vol tanden staat.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
bok
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- bok
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord bók.
Zelfstandig naamwoord
bok g
- boek
- «Bibelen blir kalt bøkenes bok.»
- De Bijbel werd het boek van de boeken genoemd.
- «Bibelen blir kalt bøkenes bok.»
- boek (afgesloten deelgebied van een boek).
- «Det gamle testamente består av 39 bøker.»
- Het Oude Testament bestaat uit 39 boeken.
- «Det gamle testamente består av 39 bøker.»
- boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek).
- een boekachtig onderwerp (pocketboek).
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bok | v: boka m: boken |
bøker | bøkene |
| genitief | boks | v: bokas m: bokens |
bøkers | bøkenes |
Afgeleide begrippen
- [3] kladdebok, møtebok, regnskapsbok, dagbok
- [4] lommebok
Uitdrukkingen en gezegden
[1] lese, skrive, kjøpe en bok
- Een boek lezen, schrijven, kopen.
[1] Det er en lukket bok for meg.
- Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
- Dat is abacadabra voor mij.
[1] lese som en åpen bok
- Lezen als een open boek.
Zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) beuk.
- een beuken voorwerp.
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bok | v: boka m: boken |
boker | bokene |
| genitief | boks | v: bokas m: bokens |
bokers | bokenes |
Schrijfwijzen
Synoniemen
- (wetenschappelijk) Fagus sylvatica
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- bok
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord bók.
Zelfstandig naamwoord
bok v
- boek
- boek (afgesloten deelgebied van een boek).
- boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek).
- een boekachtig onderwerp (pocketboek).
Verbuiging
| v | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bok | boka | bøker | bøkene |
| genitief | boks | bokas | bøkers | bøkenes |
| bijvormen | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | boki | |||
| genitief | bokis | |||
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
[1] lese, skrive, kjøpe ei bok
- Een boek lezen, schrijven, kopen.
[1] Det er ei attlaten bok for meg.
- Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
- Dat is abacadabra voor mij.
[1] vere stø i boka
- Bijbelbekend zijn.
Zelfstandig naamwoord
bok v
- beuk
- een beuken voorwerp.
Verbuiging
| v | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bok | boka | boker | bokene |
| genitief | boks | bokas | bokers | bokenes |
| bijvormen | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | boki | |||
| genitief | bokis | |||
Schrijfwijzen
Synoniemen
- (wetenschappelijk) Fagus sylvatica
Zweeds
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
bok
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bok | boken | böcker | böckerna |
| genitief | boks | bokens | böckers | böckernas |
Categorieën: Woorden in het Nederlands | Zelfstandig naamwoord in het Nederlands | Dierkunde in het Nederlands | Woorden in het Afrikaans | Dierkunde in het Afrikaans | Woorden in het Noors | Zelfstandig naamwoord in het Noors | Plantkunde in het Noors | Woorden in het Nynorsk | Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk | Plantkunde in het Nynorsk | Woorden in het Zweeds | Zelfstandig naamwoord in het Zweeds | Zoogdieren