bok

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bok
enkelvoud meervoud
naamwoord bok bokken
verkleinwoord bokje bokjes

Zelfstandig naamwoord

bok m

  1. (dierkunde) een mannelijke geit.
  2. een toestel bij het turnen.
  3. een mennerszitplaats bij een rijtuig.
  4. een zware hijskraan.
  5. een ondersteuning waarop zware toestellen kunnen geplaatst worden.
Vertalingen

Tussenwerpsel

bok

  1. een uitroep aan het eind van een zin als iemand met z'n mond vol tanden staat.

Meer informatie



Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. (dierkunde) antilope.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bok
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord bók.

Zelfstandig naamwoord

bok g

  1. boek
    «Bibelen blir kalt bøkenes bok
    De Bijbel werd het boek van de boeken genoemd.
  2. boek (afgesloten deelgebied van een boek).
    «Det gamle testamente består av 39 bøker
    Het Oude Testament bestaat uit 39 boeken.
  3. boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek).
  4. een boekachtig onderwerp (pocketboek).
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bok     v: boka
m: boken  
  bøker     bøkene  
genitief   boks     v: bokas
m: bokens  
  bøkers     bøkenes  
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] lese, skrive, kjøpe en bok

  • Een boek lezen, schrijven, kopen.

[1] Det er en lukket bok for meg.

  • Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
  • Dat is abacadabra voor mij.

[1] lese som en åpen bok

  • Lezen als een open boek.

Zelfstandig naamwoord

bok v / m

  1. (plantkunde) beuk.
  2. een beuken voorwerp.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bok     v: boka
m: boken  
  boker     bokene  
genitief   boks     v: bokas
m: bokens  
  bokers     bokenes  
Schrijfwijzen
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bok
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord bók.

Zelfstandig naamwoord

bok v

  1. boek
  2. boek (afgesloten deelgebied van een boek).
  3. boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek).
  4. een boekachtig onderwerp (pocketboek).
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bok     boka     bøker     bøkene  
genitief   boks     bokas     bøkers     bøkenes  
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       boki          
genitief       bokis          
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] lese, skrive, kjøpe ei bok

  • Een boek lezen, schrijven, kopen.

[1] Det er ei attlaten bok for meg.

  • Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
  • Dat is abacadabra voor mij.

[1] vere stø i boka

  • Bijbelbekend zijn.

Zelfstandig naamwoord

bok v

  1. beuk
  2. een beuken voorwerp.
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bok     boka     boker     bokene  
genitief   boks     bokas     bokers     bokenes  
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       boki          
genitief       bokis          
Schrijfwijzen
  1. (plantkunde) bøk
Synoniemen


Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. boek
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   bok     boken     böcker     böckerna  
genitief   boks     bokens     böckers     böckernas  
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/bok"
Persoonlijke instellingen