weer

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

weer o of m

  1. o de atmosferische omstandigheden
  2. m een gesneden geitenbok.
  3. m bezig zijn (zich te weren): in de weer zijn.

Synoniemen

Afgeleide begrippen

Verwante begrippen

Meer informatie

Vertalingen

Bijwoord

weer

  1. nog een keer

Synoniemen

Verwante begrippen

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen