haas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haas
enkelvoud meervoud
naamwoord haas hazen
verkleinwoord haasje haasjes

Zelfstandig naamwoord

haas m

  1. (zoogdieren), (haasachtige) Lepus europaeus, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren
  2. een malse magere spier onder de lenden van slachtdieren
  3. een gangmaker, een tempomaker
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen