haas
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haas
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haas | hazen |
| verkleinwoord | haasje | haasjes |
Zelfstandig naamwoord
haas m
- (zoogdieren), (haasachtige) Lepus europaeus
, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren - een malse magere spier onder de lenden van slachtdieren
- een gangmaker, een tempomaker
Synoniemen
- [1] langoor
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. Lepus eropaeus, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren
2. malse magere spier
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.