lam

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Lammetjes.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam
enkelvoud meervoud
naamwoord lam lammeren
verkleinwoord lammetje lammetjes

Zelfstandig naamwoord

lam o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) jong van het schaap
  2. (dierkunde), (zoogdieren) jong van een geit
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lam lammer lamst
verbogen lamme lammere lamste

Bijvoeglijk naamwoord

lam

  1. niet in staat om te bewegen, verlamd
  2. lui, futloos
  3. versleten door te ver doordraaien (bijvoorbeeld van schroeven)
  4. (informeel) heel erg dronken
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

lam

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord verlamd, grondig verstoord
    lamleggen: De sneeuwval legde het verkeer lam.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord lami.
  • (Zelfstandig naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord lamb.

Bijvoeglijk naamwoord

lam

  1. lam; verlamd; zie ook vanfør.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud lam lammere lammest
o enkelvoud lamt
meervoud lamme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
lamme lammere lammeste

Zelfstandig naamwoord

lam o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) lam
  2. (figuurlijk) onschuldig slachtoffer
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lam     lammet     lam     lamma,
lammene  
genitief   lams     lammets     lams     lammas,
lammenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam
Woordherkomst en -opbouw
  • (Bijvoeglijk naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord lami.
  • (Zelfstandig naamwoord) afkomstig van het Oudnoorse woord lamb.

Bijvoeglijk naamwoord

lam

  1. lam; verlamd; zie ook vanfør.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud lam lammare lammast
o enkelvoud lamt
meervoud lamme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
lamme lammare lammaste

Zelfstandig naamwoord

lam o

  1. (dierkunde), (zoogdieren) lam
  2. (figuurlijk) onschuldig slachtoffer
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lam     lammet     lam     lamma  
genitief                


Xhosa

Bezittelijk voornaamwoord

lam

  1. vorm van -m, verwijzend naar een eerste persoon enkelvoud in bezit van een woord van klasse 5: mijn