bed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bed (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bɛt/
- (Vlaanderen, Brabant): /bɛt/
- (Limburg): /bɛd/
Woordafbreking
- bed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bed | bedden |
| verkleinwoord | bedje | bedjes |
Zelfstandig naamwoord
bed o
- een meubel gemaakt om in te slapen
- Nadat zij haar kinderen naar bed had gebracht, had ze nog een paar uur om te werken.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- naar bed gaan
gaan slapen
- met iemand naar bed gaan
met iemand geslachtsgemeenschap hebben
- ergens midden in bed liggen
ergens heel belangrijk / geliefd zijn
-
- Jan ligt bij de familie de Boer midden in bed!
- Jan is heel belangrijk / geliefd bij de familie de Boer!
- Jan ligt bij de familie de Boer midden in bed!
Vertalingen
1. een meubel gemaakt om in te slapen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bed | bedde |
Zelfstandig naamwoord
bed
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| bed | beds |
Zelfstandig naamwoord
bed