bed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed
enkelvoud meervoud
naamwoord bed bedden
verkleinwoord bedje bedjes

Zelfstandig naamwoord

bed o

  1. een meubel gemaakt om in te slapen
    Nadat zij haar kinderen naar bed had gebracht, had ze nog een paar uur om te werken.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • naar bed gaan
gaan slapen
  • met iemand naar bed gaan
met iemand geslachtsgemeenschap hebben
  • ergens midden in bed liggen
ergens heel belangrijk / geliefd zijn
Jan ligt bij de familie de Boer midden in bed!
Jan is heel belangrijk / geliefd bij de familie de Boer!
Vertalingen

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord bed bedde

Zelfstandig naamwoord

bed

  1. bed


Engels

enkelvoud meervoud
bed beds

Zelfstandig naamwoord

bed

  1. bed
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen