laag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- laag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | laag | lagen |
| verkleinwoord | laagje | laagjes |
Zelfstandig naamwoord
- iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
- Deze laag bevat opvallend veel iridium, dankzij de meteorietinslag van 65 miljoen jaar geleden.
- (sociologie) sociale klasse
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen
1. iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | laag | lager | laagst |
| verbogen | lage | lagere | laagste |
Bijvoeglijk naamwoord
laag
- fysiek niet ver boven iets anders zijn
- niet vergevorderd zijn in een rangorde of volgorde
- (geluid) met een klein aantal trillingen per tijdseenheid
- met een beperkt aanzien
- gemeen
Synoniemen
- [4] onaanzienlijk, onbelangrijk
- [5] gemeen, infaam, laag bij de gronds, laaghartig, schunnig, verachtelijk, vuig
Antoniemen
- [1,2,3,4] hoog
Afgeleide begrippen
- laagconjunctuur, laagdoorlaatfilter, laaggebergte, laagland, laagspanning, laagtij, laagveen, laagvlakte, laagwater
Verwante begrippen
Vertalingen
1. niet ver boven iets anders zijn
2. niet vergevorderd zijn in een rangorde of volgorde
3. geluid met een klein aantal trillingen per tijdseenheid
4. met een beperkt aanzien
5. gemeen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | laag | lae |
Zelfstandig naamwoord
laag
| stellend | attributief | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|---|
| laag | lae | laer | laagste |
Bijvoeglijk naamwoord
laag