ziekenhuisbed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·huis·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenhuisbed ziekenhuisbedden
verkleinwoord ziekenhuisbedje ziekenhuisbedjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenhuisbed o

  1. een bed in een ziekenhuis, een behandelplaats van een ziekenhuis.
    Er was nog maar één ziekenhuisbed vrij.
  2. het type bed dat veel in ziekenhuizen te vinden is en bedoeld is om voldoende zorg te bieden aan de patiënt.
    Ik heb een ziekenhuisbed gekocht.