ziekenhuisbed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] Twee ziekenhuisbedden.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zie·ken·huis·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ziekenhuisbed ziekenhuisbedden
verkleinwoord ziekenhuisbedje ziekenhuisbedjes

Zelfstandig naamwoord

ziekenhuisbed o

  1. een bed in een ziekenhuis, een behandelplaats van een ziekenhuis
    Er was nog maar één ziekenhuisbed vrij.
  2. het type bed dat veel in ziekenhuizen te vinden is en bedoeld is om voldoende zorg te bieden aan de patiënt
    Ik heb een ziekenhuisbed gekocht.