zwanger
Uiterlijk
- zwan·ger
- van Middelnederlands swanger "(mentaal) van iets vervuld"; in de betekenis van ‘een kind dragend’ aangetroffen vanaf 1542 [1] [2] [3]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | zwanger | zwangerder | zwangerst |
| verbogen | zwangere | zwangerdere | zwangerste |
| partitief | zwangers | zwangerders | - |
zwanger
- (biologie) in de toestand van een vrouw wanneer er in haar baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
- ▸ Als ik zo afwezig was plaagde ze me vroeger wel eens door tussen neus en lippen te melden dat ze zwanger was, waarbij ik uit afwezigheid niet eens opkeek.[4]
- ▸ Ironisch genoeg kon ik geen woorden vinden om hem te vertellen dat ik hem miste, dat er rare dingen gebeurden met Quick, dat mijn beste vriendin zwanger was en dat ik me net een onbeholpen puber voelde.[5]
- ▸ Sarah draaide zich paniekerig om, en Olive zag aan haar bolle buik dat ze zwanger was.[5]
- (figuurlijk) zo vol met iets dat het te verwachten valt dat het eruit gaat komen
- ▸ Hoewel het die nacht al zwaar had geregend, was de lucht nog steeds dicht en donker, zwanger van water. Hij omhulde me, en ik kon bijna niet ademhalen.[6]
- [1] drachtig, in verwachting
- [1] (intensivering) hoogzwanger
- [1] schijnzwanger
- [1] bezwangeren, zwangerschap
- [1 [7]] zwanger zijn van1. als kind in de baarmoeder dragen
2. in de baarmoeder een kind dragen van
1. de toestand waarin een vrouw verkeert wanneer er in de baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
| vervoeging van |
|---|
| zwangeren |
zwanger
- Het woord zwanger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwanger" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[8] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ zwanger op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "zwanger" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Danielle Teller (vert. Marja Borg)“Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026346477 - ↑
Weblink bron “Wat is goed: zwanger van haar eerste kind of zwanger van haar nieuwe vriend?” op onzetaal.nl - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /zwɑŋɐ(r)/ (Etsbergs)
- Afkomstig van zwang.
zwanger
- zwanger
- (verouderd) hongerig
- «Ich bön zoea zwanger, det ich d'r-z ven beval!»
- Ik ben zo hongerig dat ik verga!
- «Ich bön zoea zwanger, det ich d'r-z ven beval!»
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Biologie in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Limburgs
- Woorden in het Limburgs met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Limburgs
- Verouderd in het Limburgs