zwaargewond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaar·ge·wond
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen zwaargewond
verbogen zwaargewonde
partitief zwaargewonds

Bijvoeglijk naamwoord

zwaargewond

  1. ernstig gewond
    • De zwaargewonde man werd naar het ziekenhuis gebracht. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.