heftig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hef·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Een Nederlands woord met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heftig heftiger heftigst
verbogen heftige heftigere heftigste

Bijvoeglijk naamwoord

heftig

  1. extreem in mate
    De overstroming was des te heftiger omdat de stortbui kwam na een lange droogte.
Synoniemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
heftig heftiger het heftigst

Bijwoord

heftig

  1. in extreme mate
    Hij was heftig geschrokken van het ongeluk waar hij maar ternauwernood aan ontkomen was.
    De schrijvers, die het heftigst Willem aanvallen en in zijne zwarte ziel een broeinest van allerlei doodzonden ontdekken, beschuldigen hem van hoogmoed.[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. blz 34 Het huwelijk van Willem van Oranje met Anna van Saxen
    van: Reinier Cornelis Bakhuizen Brink
    Uitgegeven: Müller, 1853


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • hef·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van de Middelhoogduitse woord "heftec" met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
heftig
heftiger
am heftigsten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

heftig

  1. fel, geweldig, hard, heet, heftig, intens, sterk
  2. onbeheerst, opbruisend, onstuimig, verwoed
  3. abrupt, flink, plotseling
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: ein heftiger Widerstand
een fel verzet
  • [1]: ein heftiger Wind
een harde wind
  • [1]: ein heftiger Windstoß
een hevige windstoot
  • [1]: ein heftiges Gefecht
een heet gevecht
  • [1]: eine heftige Meinungsverschiedenheit
een heftig meningsverschil
  • [1]: heftige Schmerzen
intense pijnen
  • [2]: mit heftigem Ton
met onbeheerste toon
  • [3]: mit einem heftigen Ruck
met een flinke ruk
stellend vergrotend overtreffend
heftig heftiger heftigst

Bijwoord

heftig

  1. heftig