zwaarheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwaar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwaarheid zwaarheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zwaarheid v

  1. het zwaar zijn
    • Na Reden van haare Dikte, verminderd deffelvs Breedte; ook geevdmen agt op de zwaarheid der Krommers, uit welke zy werden gezaagd... [1]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Van Yk, Cornelis (1697). De nederlandsche scheepsbouwkunst open gestelt, p. 78. Uitg.: A. Voorstad.