zus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zus zussen
verkleinwoord zusje zusjes

Zelfstandig naamwoord

zus v

  1. (familie) een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht [2]
    • Ik heb twee zussen en een broer. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: zo’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [3] [4]

Bijwoord

zus [5] [6]

  1. zo, op zulke wijze [7]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen