fratino

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Esperanto

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van frato ("broer") met het achtervoegsel -ino ("vrouwelijk")
  enkelvoud meervoud
nominatief   fratino     fratinoj  
accusatief   fratinon     fratinojn  

Zelfstandig naamwoord

fratino

  1. (familie) zus
    «Miaj du pli junaj fratinoj
    Mijn twee jongere zussen.


Ido

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van frato ("brus") met het achtervoegsel -ino ("vrouwelijk")

Zelfstandig naamwoord

fratino

  1. (familie) zus
    «Mea du plu yuna fratini
    Mijn twee jongere zussen.