schoonzus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schoon·zus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoonzus schoonzussen
verkleinwoord schoonzusje schoonzusjes

Zelfstandig naamwoord

schoonzus v

  1. (familie) de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen