broer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • broer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord broer broers
verkleinwoord broertje broertjes

Zelfstandig naamwoord

broer m

  1. (familie) een mannelijk kind van dezelfde ouders
Synoniemen
Spreekwoorden
  • Ergens een broertje dood aan hebben.
Vertalingen


Fries

Zelfstandig naamwoord

broer

  1. broer