broer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Twee zussen en hun broer
Uitspraak
Woordafbreking
  • broer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord broer broers
verkleinwoord broertje broertjes

Zelfstandig naamwoord

broer m

  1. (familie) een mannelijk kind van dezelfde ouders
    Heijmans was van mening dat een verscheurd gezin, waarin de broer een vaderrol vertolkte, opnieuw uit elkaar gehaald dreigde te worden. Hij stond toe dat de vrouw en kinderen “richting onbekende bestemming vertrokken”, vlak voor ze op de trein richting Duitsland gezet zouden worden.[2]
Synoniemen
Spreekwoorden
  • Ergens een broertje dood aan hebben
iets heel vervelend vinden
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Jorg Leijten NRC 16 juni 2016


Fries

Zelfstandig naamwoord

broer

  1. broer