zonde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·de
enkelvoud meervoud
naamwoord zonde zonden
zondes
verkleinwoord zondetje zondetjes

Zelfstandig naamwoord

zonde v/m

  1. een overtreding van een goddelijke wet of regel
  2. jammer, iets dat te betreuren is
    Dat is zonde van zo'n mooie dag.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
zonnen

zonde

  1. enkelvoud verleden tijd van zonnen
    Ik zonde.
    Jij zonde.
    Hij, zij, het zonde.