erfzonde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • erf·zon·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erfzonde erfzondes
erfzonden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erfzonde v/m

  1. (religie) de zonde die volgens de christelijke leer op ieder mens, zelfs een pasgeboren kind, rust vanwege de zondeval van Adam
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie