zaad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaad
enkelvoud meervoud
naamwoord zaad zaden
verkleinwoord zaadje zaadjes

Zelfstandig naamwoord

zaad o

  1. een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant van dezelfde soort groeit
  2. zaadcellen uit de mannelijke geslachtsorganen van een mens of een dier
Uitdrukkingen en gezegden

Op zwart zaad zitten.

  • Blut zijn, geen geld hebben.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie