zaadleider

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaad·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaadleider zaadleiders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zaadleider m

  1. een buis waardoor het zaad van de bijballen naar de penis vervoerd wordt
    • Op dit plaatje is de plaats van o.a. de zaadleider weergegeven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie