zaden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·den

Zelfstandig naamwoord

zaden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zaad

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.