zaadwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaad·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaadwinkel zaadwinkels
verkleinwoord zaadwinkeltje zaadwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

zaadwinkel m

  1. een onderneming waar zaad aan de consument wordt verkocht
    • De zaadwinkel had allerlei soorten zaad. 

Gangbaarheid