wintermaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·ter·maand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wintermaand wintermaanden
verkleinwoord wintermaandje wintermaandjes

Zelfstandig naamwoord

wintermaand v

  1. (meteorologie) de eerste, tweede of de twaalfde maand van het jaar
    • December, januari en februari zijn wintermaanden. 
  2. oude naam voor de twaalfde maand van het kalenderjaar
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Oude namen van maanden in het Nederlands
louwmaand
januari
sprokkelmaand
februari
lentemaand
maart
grasmaand
april
bloeimaand
mei
zomermaand
juni
hooimaand
juli
oogstmaand
augustus
herfstmaand
september
wijnmaand
oktober
slachtmaand
november
wintermaand
december