vilt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vilt
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘stof van haren’ voor het eerst aangetroffen in 1091 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vilt vilten
verkleinwoord viltje viltjes

Zelfstandig naamwoord

vilt o

  1. (kleding) door langdurig bewerken verdichte wol
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
villen

vilt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van villen
    • Jij vilt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van villen
    • Hij vilt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van villen
    • Vilt! 

Werkwoord

vervoeging van
vilten

vilt

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vilten
  2. gebiedende wijs van vilten

Verwijzingen