wildgroei
Uiterlijk
- wild·groei
- samenstelling van wild en groei
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wildgroei | - |
| verkleinwoord | - | - |
de wildgroei m
- onstuimige, ongebreidelde groei
- Na een meteorietinslag is er vaak sprake van een enorme wildgroei van varens.
- ▸ "Mensen durven hun tuinen niet meer in", zei een bewoner in november tegen Rijnmond. "Als de tuinen niet meer worden onderhouden krijg je wildgroei en dat is de ideale plek voor ratten."[1]
- Het woord wildgroei staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wildgroei" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Projectie van rat moet Rotterdammers overhalen afval in de container te gooien” (woensdag 19 februari 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be