Naar inhoud springen

wildgroei

Uit WikiWoordenboek
  • wild·groei
enkelvoud meervoud
naamwoord wildgroei -
verkleinwoord - -

dewildgroeim

  1. onstuimige, ongebreidelde groei
    • Na een meteorietinslag is er vaak sprake van een enorme wildgroei van varens. 
     "Mensen durven hun tuinen niet meer in", zei een bewoner in november tegen Rijnmond. "Als de tuinen niet meer worden onderhouden krijg je wildgroei en dat is de ideale plek voor ratten."[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 19 april 2025 Weblink bron “Projectie van rat moet Rotterdammers overhalen afval in de container te gooien” (woensdag 19 februari 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be