waterwild

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·wild
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterwild -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterwild o

  1. wild dat in of rond het water leeft.
Vertalingen
Gangbaarheid
61 % van de Nederlanders
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie