weinige
Uiterlijk
- wei·ni·ge
weinige
- iets met een gering aantal of een geringe omvang
- ▸ We gluurden door de vieze ramen om te kijken of we hem konden ontdekken, maar niets van het weinige dat we konden ontwaren had de contouren van een mens.[1]
weinige
- verbogen vorm van de stellende trap van weinig
- ▸ Ze bestelde nog een paar glazen wijn, maar ze leek er niet dronken van te worden, hooguit viel er wat spanning van haar af en ze vertelde over de weinige vriendinnen die ze had en maakte wat zure opmerkingen over papa, die me normaal gesproken in aanwezigheid van Mordecai een ongemakkelijk gevoel gegeven zouden hebben maar die ik nu geheel gepast vond en die juist het gevoel versterkten dat we een team waren, wij drieën, en op een gegeven moment was ik ervan overtuigd dat ze alles wist, ook al hadden we het haar niet verteld en dat ze nergens over begon om ons te belonen omdat we die nacht niet in de problemen waren geraakt of een arm of een oog hadden verloren.[1]
- Het woord weinige staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- 1 2 Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500