Naar inhoud springen

minder

Uit WikiWoordenboek
  • min·der
  • In de betekenis van ‘kleiner’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1] [2]
  • Uit Middelnederlands min(d)re(n)[2]
  • Van min met het achtervoegsel -der

minder

  1. vergrotende trap onverbogen vorm van weinig
     Met mijn kleine Swiss Army schaartje knipte ik het zo kort als ik kon, in de hoop dat ik het voortaan minder heet zou hebben.[3]
     Station Groningen is vanaf vandaag ruim twee maanden grotendeels onbereikbaar. De verbouwing van het Hoofdstation van Groningen gaat een nieuwe fase in. Daardoor rijden er tot en met 12 juli minder treinen en is er dit weekend helemaal geen treinverkeer mogelijk.[4]
  • steeds minder
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen minder
verbogen mindere
partitief -minders-

minder

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van weinig
vervoeging van
minderen

minder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van minderen
    • Ik minder. 
  2. gebiedende wijs van minderen
    • Minder! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van minderen
    • Minder je? 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "minder" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 minder op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2025 Weblink bron “Station Groningen ruim twee maanden dicht vanwege verbouwing” (10 mei 2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

minder

  1. minder; vergrotende trap onverbogen vorm van weinig

minder

  1. minder; vergrotende trap onverbogen vorm van weinig