volant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vo·lant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord volant volants
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

volant m

  1. (sport) pluimbal zoals gebruikt bij badminton [2]
  2. strook op een japon, aan kleden e.d [3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders
64 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

volant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van voler