onrust

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·rust
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van rust met het voorvoegsel on-
enkelvoud meervoud
naamwoord onrust -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onrust v/m

  1. het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, rust in een bepaalde groep mensen
    Een aantal incidenten zorgde voor onrust in de wijk.
    In de partij is onrust ontstaan over het voorstel.
Vertalingen