voer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voer
enkelvoud meervoud
naamwoord voer voeren
verkleinwoord voertje voertjes

Zelfstandig naamwoord

voer o

  1. voedsel, in het bijzonder voor huisdieren en vee, (pejoratief) bij mensen [1] [2]
  2. bekleding, voering [3]
  3. (verouderd) wagenvracht [4] [5]
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
varen

voer

  1. enkelvoud verleden tijd van varen
    • Ik voer. 
    • Jij voer. 
    • Hij, zij, het voer. 
vervoeging van
voeren

voer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
    • Ik voer. 
  2. gebiedende wijs van voeren
    • Voer! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
    • Voer je? 


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen