voer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voer
enkelvoud meervoud
naamwoord voer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voer o

  1. voedsel, in het bijzonder voor huisdieren en vee, (pejoratief) bij mensen [1] [2]
  2. bekleding, voering [3]
  3. (verouderd) wagenvracht [4] [5]
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
varen

voer

  1. enkelvoud verleden tijd van varen
    Ik voer.
    Jij voer.
    Hij, zij, het voer.
vervoeging van
voeren

voer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
    Ik voer.
  2. gebiedende wijs van voeren
    Voer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voeren
    Voer je?


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandse taal