droogvoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droog·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord droogvoer -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

droogvoer o

  1. (aquariumhouderij) voedsel in de vorm van gedroogde vlokken
    • Hij gaf zijn vissen veel te veel droogvoer. 

Gangbaarheid