voergang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

stal met voergang
Uitspraak
Woordafbreking
  • voer·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voergang voergangen
verkleinwoord voergangetje voergangetjes

Zelfstandig naamwoord

voergang m [1]

  1. langs de hokken van een stal liggende gang waarin het voer voor het vee ligt
Vertalingen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
50 % van de Vlamingen.[2]


Verwijzingen