voeder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voeder voeders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voeder o [3] [4] [5] [6]

  1. voer
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
voederen

voeder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voederen
    • Ik voeder. 
  2. gebiedende wijs van voederen
    • Voeder! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voederen
    • Voeder je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal