blikvoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blikvoer blikvoeren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

blikvoer o

  1. (voeding) (pejoratief) voedsel in blik
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.