toevoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toevoer toevoeren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toevoer m

  1. het pad waarlangs iets een bepaalde plek bereikt
    Daarmee raakte de toevoer van koelwater geblokkeerd.
  2. datgene wat toegevoerd wordt
    De toevoer van koelwater is niet groot genoeg.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
toevoeren

toevoer

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toevoeren
    ... dat ik toevoer.