veevoer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vee·voer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord veevoer veevoeren
verkleinwoord veevoertje veevoertjes

Zelfstandig naamwoord

veevoer o

  1. (veeteelt) voer voor het vee

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie