verhaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·haal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verhaal verhalen
verkleinwoord verhaaltje verhaaltjes

Zelfstandig naamwoord

verhaal o

  1. verslag van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis
    • Heb je het verhaal over de boete die Microsoft door de EU opgelegd heeft gekregen al gelezen? 
     Zelf moest ik ook erg nodig naar de wc, maar ik durfde na dit verhaal absoluut niet meer naar buiten.[1]
  2. opgeëiste vergoeding van schade
    • Met het verhaal van alle onkosten op de daders was de gemeente nog jaren bezig. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het volledige verhaal
een ongeloofwaardig verhaal
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verhalen

verhaal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhalen
    • Ik verhaal. 
  2. gebiedende wijs van verhalen
    • Verhaal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verhalen
    • Verhaal je? 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

enkelvoud meervoud
naamwoord verhaal verhalen
verkleinwoord verhaaltjen ?

Zelfstandig naamwoord

verhaal

  1. verhaal; een verslag van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis


Veluws

enkelvoud meervoud
naamwoord verhaal verhalen
verkleinwoord verhaaltjen ?

Zelfstandig naamwoord

verhaal

  1. verhaal; een verslag van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis