anekdote

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • anek·do·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘amusant verhaal’ voor het eerst aangetroffen in 1800 [1]
  • uit het Frans [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord anekdote anekdotes
anekdoten
verkleinwoord anekdotetje anekdotetjes

Zelfstandig naamwoord

anekdote m/v

  1. (letterkunde) een amusant, kort verhaal
    • Het boek bevat leuke verhalen en anekdotes. 
     Tijdens hun afscheid in het café in Amersfoort had hij haar op de valreep nog wat anekdotes verteld over ondernemers die hun steun aan zijn site betuigden.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen