legende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·gen·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord legende legendes
legenden
verkleinwoord legendetje legendetjes

Zelfstandig naamwoord

legende v/m

  1. verhaal dat uit het verleden is overgeleverd
    • Zo, althans, zegt de legende over Grote Pier. 
  2. (figuurlijk) tot de verbeelding sprekende beschrijving van een gebeurtenis uit het verleden die gangbaar is, maar waarvan de juistheid in twijfel wordt getrokken
    • Volgens de legende heeft hij zijn zakenimperium eigenhandig opgebouwd, maar in werkelijkheid is het vooral een erfenis van zijn vader. 
  3. (figuurlijk) persoon over wiens daden veel wordt gesproken
    • Door zijn jarenlange succes met eenvoudige middelen werd hij een legende onder goochelaars. 
  4. (numismatiek) tekst die op de voorkant of achterkant van een munt langs de buitenrand staat
    • De legende moet niet worden verward met het randschrift dat op de zijkant van een munt staat. 
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
legen

legende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van legen
    • Mijn postvak legende kwam ik een bericht tegen dat ik eerder niet gelezen had. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

legende v

  • (religie) (christelijk) voorlezen van een deel van de Bijbel of de levensbeschrijving van een heilige als deel van een kerkdienst
  • (religie) (christelijk) boek met verhalen over een of meer heiligen
  • (figuurlijk) beschrijving van vroegere belevenissen
Overerving en ontlening

Verwijzingen